Nieuws

Belangrijke Nieuwe Openbaringen

Verrassend verheugende ontdekkingen zijn recent gemaakt omtrent de handtekening en de herkomst van Twee Spitters.

De Valse Handtekening en de Gouden Herkomst van

TWEE SPITTERS

Introductie

Het schilderij werd gekocht op een veiling in Groningen op 17 Mei 1993 maar de veilinghouder weigerde mij de naam van de verkoper bekend te maken niettegenstaande ettelijke verzoeken daartoe.

Het schilderij Twee Spitters verbleef van 7 oktober 2002 tot 4 april 2003, in het Van Gogh Museum voor een gedegen onderzoek. Het rapport van 4 april 2003 van het Museum onthulde mij eindelijk de naam W.R. Frieling in Beilen als de verkoper op de veiling in Groningen.

Na Frieling allerlei informatie gestuurd te hebben nodigde hij mij uit voor een gesprek en op 15 December 2003 vond dat plaats bij hem thuis in Beilen. Hij vertelde mij dat hij het schilderij voor zeer weinig geld had gekocht, niet als een Van Gogh, op een vlooien markt in Eelde van iemand uit Breda. Een zeer vage handtekening 'Vincent' was kort daarna, bij het schoonmaken te voorschijn gekomen.

Na enige aarzeling vertelde Frieling mij dat ene heer J. van der Pluym, een handelaar in antieke klokken en schilderijen uit Breda, het aan hem op die rommelmarkt in Eelde had verkocht. Hij gaf mij van der Pluym's telefoon nummer.

Toen ik die de volgende dag belde bevestigde hij inderdaad het schilderij, tegelijk met een paar anderen, aan Frieling verkocht te hebben. Hij had het zelf een paar jaar in zijn bezit gehouden maar dacht nog wel na te kunnen slaan van wie hij het gekocht had.

Ik vertelde hem dat ik het gekocht had en de herkomst ervan wilde naspeuren. Ik vertelde ook dat het door ettelijke experts toegeschreven was aan Vincent van Gogh, en dat het, met een beschrijving, op dat moment in het Breda's Museum op de tentoonstelling "Vincent van Gogh, Verloren Vondsten" te zien was.

De valse handtekening

Van der Pluym, nog steeds aan de telefoon, zei toen dat hij wel wist dat de handtekening niet echt was en op mijn vraag vertelde hij vrolijk het er uit een grap zelf op gezet te hebben en na mijn vraag, ook hoe hij dat precies gedaan had.

Ik dankte hem voor deze vrijwillige informatie en we spraken af spoedig bij elkaar te komen voor een gesprek.

De handtekening was al eerder twijfelachtig bevonden. In 1996 restaureerde Dr Cadorin het schilderij waardoor de handtekening duidelijker zichtbaar werd. In zijn rapport schreef hij dat hij de handtekening dubieus vond en het schilderij ten onrechte het etiket 'vals' zou kunnen geven. Hij suggereerde die als een beschadiging te beschouwen en weer praktisch onzichtbaar te maken als voor zijn retauratie.

Ik realiseerde mij dat hetgeen van der Pluym mij had verteld Cadorin's probleem over de 'twijfelachtige handtekening' oploste. Dat Twee Spitters aan het eind van de 19e eeuw geschilderd is is ook niet door het Van Gogh Museum omstreden. Als de handtekening dus omstreeks 1988 geplaatst is, zo'n honderd jaar nadat Twee Spitters geschilderd is, kan dat niet door dezelfde persoon gedaan zijn. Het schilderij is dan dus definitief geen vervalsing van de schilder van het werk zelf.

Gezien Twee Spitters een vroege studie is zou het, als het door Van Gogh geschilderd is, eerder niet, zoals zijn gewoonte was, dan wel gesigneerd zijn.

Na ons gesprek bezichtigde van der Pluym het schilderij in het Breda's Museum. Hij vertelde een medewerker daar over zijn handtekening en sprak ook met de curator. Het Breda's Museum zorgde voor een persbericht en de 'handtekening affaire' werd in vele kranten gemeld in een ruim assortiment van interpretaties.

Dezelfde week bezocht ik van der Pluym bij hem thuis, hij vertelde gedetailleerd waarom en hoe hij de handtekening had geplaatst. Hij dacht nog na te kunnen gaan wie hem het schilderij verkocht had en zou mij dat spoedigst laten weten. Ik vroeg hem, indien mogelijk, een afspraak met die persoon te willen maken.

De Vinder

Een dag later belde van der Pluym en vertelde naam en adres weer gevonden te hebben van de man die hem het schilderij verkocht had. Zijn naam was Adriaan Konings en Van der Pluym had een afspraak met hem gemaakt om hem samen met mij op maandag 22 december 2003 bij hem thuis in Sprundel te bezoeken.

De heer Konings verzamelt vooral religieuze antiquiteiten en schilderijen en heeft een ruime expositie ruimte voor zijn verzameling in de grote tuin van zijn woning. Hij ruimt ook inboedels op. Hij vertelde dat hij Twee Spitters inderdaad met een paar andere schilderijen en artikelen, in 1981 ongeveer, bij de opruiming van een vliering op de zolder van de zeer grote Villa Wilhelmina in Zundert, gevonden had. Die villa moest afgebroken worden om plaats te maken voor een aanzienlijk huizen project. Een familie Van Ginneken had die villa in eigendom gehad en bewoond en hij dacht dat één van de familieleden nog leefde en nu dichtbij in Belgie woonde. Hij zou dat zo spoedig mogelijk kunnen uitzoeken.

Hij had het schilderij wel mooi gevonden maar had in het geheel niet beseft wat het kon zijn. Hij had het wel een paar jaar gehouden aleer het te verkopen. Een tekening en een ander schilderij, en ook een paar andere dingen uit dezelfde opruiming van Villa Wilhelmina, heeft hij nog steeds.

Dank zij het Van Gogh Museum, dat in hun rapport mij de naam Frieling prijs gaf, en dank zij Frieling, die mij naar van der Pluym verwees, die op zijn beurt de heer de Konings aanwees, was ik eindelijk bij de naam van de particuliere familie gekomen in wiens villa het schilderij was opgedoken in 1981.

De naam Van Ginneken was mij niet geheel onbekend, die had ik wel eens gelezen, ook in verband met Van Gogh.

Dit was mijn kennis van zaken op Dinsdag 23 December 2003.

De Van Ginneken – Van Gogh connectie

Op 30 Maart 1853 assisteerde Dr. Cornelis van Ginneken bij de bevalling van Anna van Gogh-Carbentus en de volgende dag vergezelde hij zijn vriend, de baby's vader, predikant Theodorus van Gogh, om de nieuwgeborene als Vincent Willem Van Gogh bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Zundert aan te geven.

Vincent bracht de eerste 16 jaar van zijn korte leven, afgezien van enkele onderbreking, in Zundert door, een drie uur lange wandeling ten zuiden van Breda. Tot zijn dood, op zevenendertig jarige leeftijd, blijkt de sterkte van zijn herinneringen aan Zundert, zijn liefde voor de streek en de grote invloed van die tijd op zijn verdere leven, herhaaldelijk uit talrijke van zijn brieven. In zijn laatste levensjaar schrijft hij nog over zijn herinneringen aan Zundert, aan elke kamer van hun huis, elke plant in de tuin, aan de directe omgeving, de velden, de buren etc. (De Van Ginnekens en Van Mens families waren uiteraard onder zijn 'buren') Vanaf 1861 bezocht hij de dorpsschool in Zundert, waar Charles van Ginneken, zoon van Dr. Cornelis van Ginneken, als klasgenoot één van zijn schoolkameraden gold. Hun beider namen staan op dezelfde schoolgeldlijst van april 1861. Er bestond regelmatig contact tussen de families Van Gogh en Van Ginneken, zelfs ook nadat de familie Van Gogh in 1871 van Zundert naar Helvoirt en in 1875 naar Etten verhuisden.

Op 21 juli 1878 bijvoorbeeld, bezocht Vincent, die toen 25 jaar oud was, met zijn vader, zijn oude vriend Charles van Ginneken in Zundert. Vincent schrijft in zijn brief van 22 juli 1878 uit Etten aan broer Theo (brief 144/123): "Gisteren moest Pa preken te Zundert en ging ik mede daarheen. Gij moet veel groeten hebben van de Tantes. Gingen ook nog naar Ch. Van Ginneken, die, zoals gij misschien reeds hebt gehoord gaat trouwen met Marie v. Mens en de Ropsentuin heeft gekocht om daar een looierij te zetten." * (click hier)

Het jaar daarvoor was hij ook te voet naar Zundert gegaan om een bevriende boer op zijn sterfbed te bezoeken maar hij kwam jammer genoeg te laat.

Hij zal wel vaker naar Zundert terug zijn gekeerd.

Zelfs later vanuit Den Haag schreef Vincent naar Zundert te willen gaan, en toen hij in Nuenen woonde was hij ook niet zo vreselijk ver daar vandaan.

Charles Van Ginneken trouwde Marie van Mens en bouwde de leerlooierij in 1878 met daarnaast een mooie villa die later Villa Wilhelmina genoemd werd, naast het Protestantse kerkje van Van Gogh, vlak bij de markt. In 1901/1902 werd een extra verdieping op deze Villa gezet. Het is niet onmogelijk dat Twee Spitters in die tijd op de nieuwe zolder van Charles belandde. In Zundert duurde het nog bijna 50 jaar voor Vincent daar enige bekendheid en waardering kreeg. Charles was geen kunstliefhebber. Hij woonde daar met zijn vrouw tot hun dood in 1927/1928. Ze kregen vijf kinderen. Hij was in 1882 ook een boomkwekerij begonnen die, na eerst tot Hofleverancier te zijn aangesteld in 1908 ook het predikaat Koninklijke verwierf en daarna de Koninklijke Boomkwekerij Wilhelmina heette. Zijn villa werd vanaf die tijd Villa Wilhelmina genoemd. Charles, werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en tevens Ridder in de Orde van Leopold II van Belgie. De Van Ginnekens gingen regelmatig naar Breda, ook voor de kwekerij handel en bestrijdingsmiddelen aankoop. Het is waarschijnlijk dat er contact gebleven is tussen de Van Ginnekens en Moeder Van Gogh, toen die in Breda woonde vanaf 1886 en ook misschien zelfs met Theo, die Charles van Ginneken uiteraard ook goed kende, gedurende zijn visites aan zijn moeder.

Charles van Ginneken's zoon Pieter werd op 26 Mei 1889 geboren. Die trouwde de rijke brouwersdochter, Anna de Weert, uit Sprundel (brouwerij de Vissenberg) en bouwde in 1912 een imposante Villa, een honderd meter verwijderd van de Villa Wilhelmina van zijn ouders. Hij woonde daar met zijn vrouw, en ze kregen daar drie kinderen.

Toen Benno Stokvis in 1926 naspeuringen deed omtrent Vincent van Gogh in Brabant bezocht hij ook de kweker Charles van Ginneken in Zundert. Die vertelde hem een oud schoolkameraad van Vincent te zijn geweest en schetste Vincent als een stille jongen, eenvoudig en goed, met rood haar en veel sproeten.

Villa Wilhelmina werd, na het overlijden van Charles en Marie verhuurd, vanaf 1940 als gemeentehuis, waarop de naam Villa Wilhelmina overging naar de in 1912 gebouwde Villa ernaast waar Pieter, de zoon van Charles, die toen ook de leiding had voor de Koninklijke Boomkwekerij Wilhelmina, woonde. De oude Villa werd in 1951 verkocht aan de Boerenleenbank. In 1965 is het gesloopt en nu staat daar nog de oude Rabobank.

Pieter werd zeer vooraanstaand in Zundert. In 1925 had hij de leiding van de Koninklijke Boomkwekerij Wilhelmina overgenomen, hij was wethouder in Zundert, Voorzitter van de Harmonie Nut en Vermaak, voorzitter van de Schaatsclub (hij had ook een ijsbaan) en van het Oranje-Comité. Hij was mede-oprichter van het grootste dahlia corso ter wereld en was tijdelijk waarnemend burgemeester van Zundert. Hij overleed in 1950.

Zijn zoons Jaak en Karel hadden in 1945 de leiding van de Koninklijke Boomkwekerij Wilhelmina overgenomen. Beiden woonden toen in de Villa Wilhelmina.

Pieters vrouw, Anna bleef tot een paar jaar voor haar dood in de Villa wonen, zij stierf in 1981 in een verzorging huis in Etten-Leur.

De enige andere bewoners die deze Villa ooit gekend heeft waren hun drie kinderen.

De oudste, dochter Ria, woonde er tot zij huwde toen zij met haar man een villa betrok in de tuin van Villa Wilhelmina. Zij en haar man zijn geruime tijd geleden overleden.

De tweede, een zoon Jack of Jaak genoemd, woonde er tot ongeveer 1979 toen hij naast zijn zuster ging wonen in Wilhelminahof 3. Hij overleed in 1992 in Breda.

De derde, zoon Karel Antoon, is nu de enige overlevende van alle bewoners. Hij vertrok uit Villa Wilhelmina in 1968, toen hij trouwde, en woonde daarna aan de Meirse weg in Zundert in een huis dat hij had laten bouwen op de oude ijsbaan van zijn Vader. In ongeveer 1985, na een korte tijd in Roosendaal, verhuisde hij naar Essen in Belgie, waar hij nog woont.

Villa Wilhelmina heeft een tijdje leeg gestaan voor haar afbraak in 1982.

De Gouden Herkomst

Het is op de vliering van de zolder van deze Villa Wilhelmina geweest, waar bij de opruiming voor de afbraak, Twee Spitters gevonden werd met een paar andere schilderijen en andere zaken, door Adriaan Konings, die de ontruiming toegezegd keeg.

De heer Karel Antoon van Ginneken verklaarde hierover:

De grote zolder van Villa Wilhelmina had een verhoogd gedeelte, een vliering, die moeilijk bereikbaar was, een speciale trap moest geplaatst worden om er op te komen, het had geen ramen en was er erg donker.

Zover mij bekend werd dat gedeelte van de zolder reeds van het begin af aan gebruikt voor het opslaan van overtollige huishoudelijke artikelen van allerlei aard. Ook werden een paar erfenissen aan mijn ouders, zeker die van mijn groot ouders, Charles en Marie, in 1928, voorzover niet in huis opgenomen ook daar op de zolder opgeslagen.

Voor de Villa gesloopt werd in 1982 werd de zolder opgeruimd door de heer Adriaan Konings uit Sprundel. Mijn oudere broer Jaak zorgde daar hoofdzakelijk voor, ik heb mij er niet zozeer mee bemoeid. Ik weet wel dat bij die opruiming ook een paar schilderijen waren.

Toen ik een paar weken geleden een grote afbeelding van Twee Spitters voor ogen kreeg zag ik dat die inderdaad leek op wat ik mij herinnerde van één van die schilderijen en meldde dit aan Jans.

Hier nog eens met de heer Konings over gesproken te hebben, wist die ook nog dat, toen hij de vliering opruimde, het huis reeds ontruimd en leeg was. Het meubilair en de verdere inboedel was voordien reeds aan iemand anders verkocht of naar elders meegenomen. Toen Konings de spullen van de zolder haalde werden die eerst beneden, in een lege kamer, neer gezet en daarna met mijn broer en mij gezamelijk bekeken voor Konings ze meenam. Behalve het bewuste schilderij, dat toen op de grond tegen de muur gezet was, zag ik er ook een paar andere schilderijen naast staan en er lagen ook allerlei andere dingen bij en die herinner ik mij ook wel. Twee schilderijtjes uit die opruiming, die Konings ook zelf gehouden heeft, liet hij mij op 9 februari j.l. nog eens zien en één daarvan herinnerde ik mij speciaal erg goed, die had ook in het huis gehangen. Mijn broer en ik hadden toen niet kunnen weten wat voor soort schilderij Twee Spitters was. Voor zover ik me kan herinneren heeft dat niet in onze villa gehangen. Mijn ouders waren geen kunstverzamelaars en hebben het waarschijnlijk, direct na ontvangst uit de erfenis, met andere spullen naar de zolder laten brengen.

Het lijkt mij meer waarschijnlijk dat er een schilderij van Vincent eerst bij mijn grootouders, dan rechtstreeks bij mijn ouders, terecht zou zijn gekomen. Mijn grootouders hebben er zelf misschien ook geen speciale waarde aan gehecht. Ik weet niet of het ooit in hun villa heeft gehangen, ik was hooguit zes jaar oud toen. Het is misschien bij hun al min of meer in de vergetelheid geraakt, misschien kwam het rechtstreeks van hun zolder voor het op de onze terecht kwam.

Resumerend:

Het lijkt mij, door de band van minstens vijfentwintig jaar, die Charles van Ginneken met Vincent van Gogh zelf heeft gehad, inderdaad het meest waarschijnlijk dat Twee Spitters via Charles van Ginneken en zijn vrouw Marie van Mens, in de familie Van Ginneken is terechtgekomen.

Helemaal zeker is dat het bij de familie Van Ginneken op de vliering van de zolder van hun Villa Wilhelmina werd gevonden.

Het schilderij heeft schijnbaar nooit in die villa Wilhelmina gehangen aldus Pieter's zoon Karel van Ginneken, die in 1921 in die villa werd geboren, en er tot 1968 woonde, en ook diens kinderen die regelmatig in villa Wilhelmina kwamen om hun grootmoeder, Pieter's vrouw Anna te bezoeken, hebben het er ooit gezien. Geen van deze bewoners of bezoekers heeft ooit geweten wat er precies op die hoge, moeilijk bereikbare, vliering op de de zolder van die villa was opgeslagen. Wel weet Karel van Ginneken dat daar onder anderen dingen uit de erfenis van zijn grootvader Charles en uit andere familie erfenissen bij waren. Pieter van Ginneken, die een zwijger en stille man genoemd werd en die zelden in het openbaar sprak en geen uitgesproken kunstliefhebber was.heeft het schilderij indertijd kennelijk niet voldoende gewaardeerd en ook niet zelf gekocht. Het is zo'n 31 jaar na zijn dood wel op de vliering van zijn villa gevonden en praktisch de enige mogelijkheid moet zijn dat het daar belandde, zo'n 22 jaar voor zijn dood, tezelfder tijd als de andere artikelen, die allen tegelijk op die vliering gevonden werden, uit de erfenis van zijn vader Charles, de schoolvriend van Vincent in 1928. Al die erfstukken van Charles naar zoon Pieter moeten daar dus samen zo'n 53 jaar in vergetelheid doorgebracht hebben.

De reis van Twee Spitters van de schilder naar de Van Ginneken familie begon waarschijnlijk niet lang na 1882, eerst of rechtstreeks van Vincent, of misschien via Theo of een andere bron in Breda, naar Charles van Ginneken die in de eerste Villa Wilhelmina in dichtbij Zundert woonde. In Charles' bezit heeft het schilderij misschien reeds zijn identiteit verloren of althans geen blijvende waardering gevonden. Na Charles' dood in 1928 ging het, zonder naam, naar zijn zoon Pieter van Ginneken die praktisch naast de deur woonde in wat later tweede villa Wilhelmina genoemd werd. Pieter liet het, met andere artikelen uit dezelfde erfenis, op de vliering van zijn zolder opslaan waar deze verschillende goederen uiteindelijk gevonden werden, in 1981, door antiek verzamelaar Adriaan Konings uit Sprundel. Konings beschouwde het schilderij Twee Spitters als een ongesigneerd schilderij van een onbekende schilder en verkocht het, in 1986 ongeveer, met andere dingen aan J.van der Pluym in Breda. Die werd door een vriend gesuggereerd dat het op een Van Gogh leek. Aangespoord door zijn vriend en uit een grap maakte Van der Pluym toen met een bijtmiddel de naam Vincent er op zichtbaar. Hij geloofde echter niet aan de mogelijkheid dat het een Van Gogh kon zijn en verdoezelde de naam Vincent weer alvorens het met een paar andere schilderijen in ongeveer 1989 in Eelde te verkopen aan W.R. Frieling uit Beilen, als een schilderij van een onbekende schilder. Frieling maakte het schoon, ontdekte toen de vage valse 'handtekening', kreeg van het Van Gogh Museum te horen dat het schilderij niets met Van Gogh van doen had en verkocht het daarna in 1993, via van den Enden's veilinghuis in Groningen, aan de huidige eigenaar.


* Het onderstreepte gedeelte (click hier) staat wel in de Van Crimpen/Berends-Albert editie van 1990 maar is weg gelaten in de originele "Brieven aan zijn Broeder", van Jo. van Gogh-Bonger in 1914 en ook weg gelaten in de latere bijgewerkte editie van haar zoon en ook in engelse en franse edities.